logo Sport en Verkeer

De verkeersgids voor de sporter en sportclub

Individueel paardrijden op de openbare weg?

​LET OP:

Een ruiter is volgens het verkeersreglement ‘een bestuurder’ en blijft dat ook bij het afstijgen en naast het paard stappen op de openbare weg. De ruiter moet als bestuurder dus in staat zijn om alle rijbewegingen uit te voeren. De ruiter moet het dier dus ook blijven beheersen als het opgeschrikt wordt.

Algemeen

  • Ruiters moeten minstens 14 jaar oud zijn om op de openbare weg te mogen rijden. Die minimumleeftijd wordt 12 jaar met begeleiding door een ruiter die minstens 21 jaar oud is.
  • Bestuurders van gespannen moeten minstens 16 jaar oud zijn.

Zichtbaarheid

Als het schemert of zelfs donker is, is een ruiter als weggebruiker verplicht om verlichting te voorzien. Het paard of het gespan moet een duidelijk wit licht vooraan dragen en een rood licht achteraan. Bij het paard moeten die lichten aan de linkerzijde bevestigd zijn (bijvoorbeeld aan de arm of het been van de ruiter). Opvallen in het verkeer is erg belangrijk, zorg naast verlichting ook voor voldoende reflecterend materiaal. Ook voor paarden bestaat reflecterend materiaal (bandages, zadeldek,…).

Waar paardrijden?

  • Een ruiter moeten zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan blijven.
  • Fietspaden, verhoogde bermen en trottoirs zijn verboden terrein voor een ruiter. Moet je een eigendom betreden of verlaten via een berm of stoep, dan mag je deze natuurlijk kruisen om tot aan de rijweg te komen.
  • Een ruiter moeten een richtingsverandering aangeven met een armbeweging.
  • In de bebouwde kom is het verboden om een ingespannen of bereden paard te laten galopperen.
  • Wie een paard begeleidt dat niet ingespannen is mag buiten de bebouwde kom de gelijkgrondse berm volgen die rechts in de rijrichting ligt. Let hierbij steeds op de staat van het wegdek. Een glad wegdek kan gevaarlijke situaties met zich meebrengen. Dus vooraleer je  begint te galopperen, wees er zeker van dat dit geen gevaar inhoudt voor jou, je paard en andere weggebruikers. Ga ook nooit zonder ruiterhelm de rijbaan op.

Op volgende plaatsen zijn ruiters verboden:

  • Weiden en velden indien deze bezaaid zijn.
  • Private wegen (voorzien van een bordje 'privaat' of 'privé')
  • Buiten de boswegen in een bos (het is bij wet vastgelegd dat indien er bospaden zijn, deze gerespecteerd moeten worden).
  • Plaatsen waar aangegeven wordt dat ruiters niet toegelaten zijn (bv. bord C15)

C15
verkeersbord C15

Hoe en waar steek je over?

  • Let op: trams hebben voorrang, behalve als er verkeerslichten zijn.
  • Als het licht op rood springt tijdens het oversteken, dan mag je verder rijden.


top

Paardrijden in groep op de openbare weg?

​LET OP:

Een ruiter is volgens het verkeersreglement ‘een bestuurder’ en blijft dat ook bij het afstijgen en naast het paard stappen op de openbare weg. De ruiter moet als bestuurder dus in staat zijn om alle rijbewegingen uit te voeren. De ruiter moet het dier dus ook blijven beheersen als het opgeschrikt wordt.

Algemeen

Ruiters moeten minstens 14 jaar oud zijn om op de openbare weg te mogen rijden. Die minimumleeftijd wordt 12 jaar met begeleiding door een ruiter die minstens 21 jaar oud is. Bestuurders van gespannen moeten minstens 16 jaar oud zijn.

Zichtbaarheid

Als het schemert of zelfs donker is, zijn ook een groep ruiters als weggebruikers verplicht om verlichting te voorzien. Elk paard of het gespan moet een duidelijk wit licht vooraan dragen en een rood licht achteraan. Bij het paard moeten die lichten aan de linkerzijde bevestigd zijn (bijvoorbeeld aan de arm of het been van de ruiter). Opvallen in het verkeer is erg belangrijk, zorg naast verlichting ook voor voldoende reflecterend materiaal. Ook voor paarden bestaat reflecterend materiaal (bandages, zadeldek,…).

voorbeeld bandage voor paarden
voorbeeld bandage voor paarden

Waar paardrijden?

  • Ruiters mogen per twee op de rijbaan rijden maar als er één ruiter op de gelijkgrondse berm rijdt, dan moeten alle anderen in één rij rijden.
  • Ruiters moeten zo dicht mogelijk bij de rechter rand van de rijbaan blijven.
  • Fietspaden en trottoirs zijn verboden terrein voor ruiters.
  • Ruiters moeten een richtingsverandering aangeven met een armbeweging.
  • In de bebouwde kom is het verboden om een ingespannen of bereden paard te laten galopperen.
  • Wie een paard begeleidt dat niet ingespannen is mag buiten de bebouwde kom de gelijkgrondse berm volgen die rechts in hun richting ligt. Let op, daarbij mogen andere weggebruikers niet in gevaar gebracht worden.

Hoe en waar steek je over?

  • Let op: Groepen ruiters (minstens tien) mogen begeleid worden door een groepsleider die toeziet op het goede verloop van de tocht. De groepsleider moet ten minste 21 jaar oud zijn en om de linkerarm een band dragen met de nationale driekleur.
  • Op kruispunten zonder verkeerslichten kan de groepsleider het verkeer stil leggen, dat moet met het verkeersbord C3. Aanwijzingen met het bord C3 mogen niet in strijd zijn met verkeerstekens of verkeersregels.

C3
verkeersbord C3
 
  • Let op: Trams hebben voorrang, behalve als er verkeerslichten zijn.
  • Een groep die oversteekt mag niet gebroken worden door andere weggebruikers. Wanneer het licht op rood springt tijdens het oversteken, dan mag de groep verder lopen. Wie nog voor het kruispunt staat moet bij rood licht wachten, ook al maak je deel uit van een groep.

top

Met een gespan op de openbare weg

LET OP - Bestuurders van gespannen worden in het verkeersreglement menners genoemd en moeten in bepaalde gevallen rekening houden met bijkomende regelgeving.

  • Menners mogen niet rijden op wegen voorbehouden voor ruiters
  • Menners mogen niet met twee gespannen naast elkaar rijden
  • Menners mogen alleen op de rijbaan rijden.
  • Een gespan mag niet meer dan vier dieren achter elkaar bevatten. Er mogen maximum drie paarden naast elkaar lopen.
  • Gespannen moeten vergezeld worden van voldoende begeleiders om het verkeer veilig te doen verlopen. Als de lading langer is dan 12 meter, moet er een begeleider te voet achter de lading stappen.

Ook met de koets kunnen menners zich via de rijbaan verplaatsen. De bestuurder van een bespannen voertuig moet minstens 16 jaar zijn. Hij moet ook in staat zijn om het paard en het voertuig onder controle te houden. De menner moet niet alleen controle hebben over het paard (of paarden), maar hij moet er ook voor zorgen dat het rijtuig op een goede manier op de weg blijft en dat het voertuig voldoet aan alle vereisten. Net zoals de ruiter, neemt de menner plaats op de openbare weg. Het is niet toegelaten om op een fietspad of de stoep te rijden. Ook mag er niet naast elkaar gereden worden. Wanneer je als groep menners de rijweg opgaat, blijf je achter elkaar en hou je best voldoende afstand.

Volgens de officiële wegreglementering moet de snelheid van de koets aangepast worden aan de snelheid van het verkeer. Gaat het verkeer bijvoorbeeld stapvoets, dan pas je best de snelheid van de koets hieraan aan. Indien de bestuurder zijn snelheid wil verminderen, moet hij dit aangeven aan de hand van een armgebaar.

Net zoals het verminderen van snelheid, moeten ook een zijwaarts manoeuvre of richtingverandering aangegeven worden door een armteken. Er zijn enkele belangrijke signalen die je als menner kan gebruiken wanneer je op pad bent met de koets.

  • Naar links afslaan: zweep horizontaal naar links wijzend
  • Naar rechts afslaan: zweep in de linkerhand en rechterarm naar recht uitstekend
  • Stopteken: zweep recht omhoog steken boven het hoofd
  • Vertragingsteken: zweep in linkerhand, op- en neergaande rechterarm

De koets wordt op de weg ook aanzien als een voertuig. Bijgevolg moet de koets voorzien worden van verlichting, wanneer er gereden wordt tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag. Dit in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien op een afstand van ongeveer 200 meter. Vooraan de koets moeten witte of gele lichten voorzien worden en achteraan rode lichten.


top